Please assign a menu to the primary menu location under menu

Zoals de meeste mensen wel weten heb ik epilepsie en daardoor veel meegemaakt in de afgelopen jaren. Ik ben er erg onzeker door geworden. Onder andere over de kinderen en de toekomst. Daardoor heb ik ook een eetstoornis ontwikkeld. Door goede reacties uit mijn omgeving durf ik hier nu open over te zijn. Toch vind ik dit ook wel spannend om dit op mijn blog te delen. Toch doe ik het om andere te helpen en op de hoogte te houden van bepaalde ontwikkelingen, mogelijkheden en andere dingen die kunnen helpen. Ik deel allemaal mooie dingen en momenten op de blog en social media, maar ik wil ook de mindere momenten delen, omdat niet altijd alles rozengeur en maneschijn is binnen elk gezin.

Voor mijn kinderen wil ik alles zo goed mogelijk doen en ben ik een perfectionist. Ik wil alles onder controle hebben en ze een goede opvoeding en toekomst bieden; met vooral heeeel veel liefde.

Wat vertellen aan Nola?

Eetstoornis

Nola heeft, naar wat wij denken, nog niet heel veel door van de eetstoornis. Ik eet wel mee, maar op een andere manier en met spanning. Het is te naïef om te denken dat ze helemaal niks door heeft. Ik ben mij ervan bewust dat zij spanningen aanvoelt. Liam is pas twee jaar maar ook hij voelt vast spanningen. Bij Arkin gaven ze aan dat ik het beste open kan zijn over de eetstoornis. Daarom heb ik Nola, om te peilen, een keer gevraagd “wat eet mama allemaal?”. Toen zei ze “pannenkoeken” en ging ze over op een ander onderwerp. Ze heeft gelijk, met veel spanning heb ik inderdaad pas een pannenkoek gegeten. Die spanning zou ze dus wel aan kunnen voelen. Maar om nou over te gaan op “mama heeft een eetstoornis” vind ik lastig. Eigenlijk wil ik wachten tot ze wat gaat vragen zoals “mama waarom eet jij de aardappels en het vlees niet?”. Wanneer ze wat vraagt ga ik eerlijk zijn met bijvoorbeeld “Ik kan niet goed eten. Ik moet weer even opnieuw leren eten, dus ga ik naar de dokter”. Zo weet Nola dat niks haar schuld is en dat ik geholpen wordt. Zij hoeft mij dus niet te helpen en ze kan mij vertrouwen. De spanning zal dan niet in haar hoofd eigen vormen aan gaan nemen zoals dat het haar schuld is.

Epilepsie

Over de epilepsie praat ik ook niet graag, omdat ik dit nu nog een “zwakte” van mij vind, maar natuurlijk vind ik dit niet van andere die epilepsie hebben. Ik moet het nog accepteren en ermee leren omgaan. Ik ben bang dat wanneer ik het Nola vertel zei het in de rondte schreeuwt. Toch doe ik alles wat goed is voor mijn kinderen en zet ik mijn trots dan opzij.

Pas ging ik Nola van school halen en wilde ze niet zelf lopen. Het is 10 minuten lopen vanaf school naar huis en ze is moe na een dagje school. Ik begrijp dat wel, maar we kunnen alleen lopen en in de kinderwagen wil ze niet. Ik denk dat dat komt doordat ze weleens hoort van andere kinderen “zit jij nog in de kinderwagen?”.

Nola vroeg tijdens dat stukje lopen gefrustreerd “mama waarom kom je dan ook niet op de fiets?”. Ik zag al die moeders om me heen fietsen en voelde mij enorm lullig dat ik niet kan fietsen. Ik zei tegen Nola “mama kan nu niet fietsen”. Eigenlijk kan ik wel fietsen, maar doordat we in het ziekenhuis bezig zijn met de epilepsie onder controle te krijgen durf ik dat even niet. Eerst even een tijdje aanvalsvrij zijn. Stel dat ik val met de kinderen… Een paar dagen later vroeg Nola tijdens het eten “mama je kan mij toch even ophalen met de auto?”. Toen ben ik open geweest en heb ik gezegd ik kan niet fietsen en auto rijden, omdat ik epilepsie heb”. Toen ineens keek ze anders op. Alsof ze het wat meer begreep. Alsof het door iets kwam dus het duidelijk was dat het echt niet kan. Ik zag haar gewoon nadenken.

Pas vroeg ze “mama gaat de epilepsie weer over?”. Die had ik echt niet zien aankomen, maar ik besefte daardoor wel dat ze meer begrijpen dan je denkt.

Jeugdpreventie programma

Vanuit Arkin kreeg ik het advies om Nola een preventieprogramma te laten volgen. Zo kwam ik bij het programma Piep zei de muis. Ik twijfelde even en dacht: dat hebben we echt niet nodig. Toen ik ging kijken op de website en het filmpje bekeek was ik toch om. Ik was om, omdat dit programma gericht is op spanningen binnen het gezin en de familie. Ze bespreken dus nog niet echt de eetstoornis en de epilepsie. Bij Piep zei de muis komen allemaal kinderen van tussen de 4 en 8 jaar. Bij alle kinderen thuis is er iets anders gaande; ouders zijn bijvoorbeeld ziek, hebben een verslaving, gaan scheiden of er is iets anders dat spanningen veroorzaakt. Zo ziet Nola dat er binnen meerdere gezinnen iets gaande is en ze leert tijdens dit programma omgaan met spanningen. Door wat er nu speelt kan ik bijvoorbeeld wat sneller geïrriteerd zijn, kan ik niet fietsen en autorijden en ga ik minder snel de deur uit.

Wat houdt het programma Piep zei de muis in?

Het programma wordt op verschillende locaties gegeven; in Amsterdam en omstreken. Een keer per week gaat Nola voor een uurtje naar een huis in Diemen. Een mooi huis met een warme sfeer van binnen. Er zijn daar nog een aantal kindjes. Ze beginnen met het inkleuren van een kleurplaat van Piep de muis. Na het inkleuren van deze kleurplaat gaan ze activiteiten doen die passen bij het thema van die dag. Ook spelen ze, met toestemming van de ouders, weleens buiten.

Piep de muis is uiteraard ook aanwezig. Dit is een handpop die in een houten huisje woont. Piep heeft net als iedereen bepaalde emoties. De ene keer is hij bijvoorbeeld vrolijk dan boos, bang of verdrietig. Zo leren de kinderen met emoties omgaan. Tijdens de eerste bijeenkomst maken ze kennis met Piep de muis en bij de tweede bijeenkomst knutselen ze hun eigen schatkist. Deze schatkist blijft in het huis en elke week komt er een cadeautje in zoals een stressbal waarin je kan knijpen als je boos bent. Tijdens de tweede bijeenkomst hebben ze het over de emotie verdrietig gehad. Piep de muis was namelijk verdrietig. Na zo een bijeenkomst borduurt Nola er op een bepaalde manier op door. Zo had ze bijvoorbeeld deze tekening gemaakt met stoepkrijt.

Als eerst schrok ik van deze tekening (verdrietige poppetjes), maar door de ouderbijeenkomsten hebben ze dit voor mij gerelativeerd. Het kan natuurlijk zo zijn dat ze verdrietig is, maar het is een grote kans dat ze dit heeft getekend naar aanleiding van de bijeenkomst van Piep de muis waar ze het over verdriet hebben gehad. Als ze dit tekent, omdat ze verdrietig is dan is het alleen maar goed dat ze haar emotie op een bepaalde manier uit. Natuurlijk wil je als ouder niet dat je kind verdrietig is, maar die emotie is er nou eenmaal weleens in het leven.

De kleurplaten die ze aan het begin van een bijeenkomst inkleuren mogen ze aan het einde mee naar huis nemen. Thuis plakken wij de kleurplaten op volgorde op de deur. Zo kan Nola trots haar kleurplaten laten zien aan andere en ernaar kijken. Het leeft zo echt in huis en Nola merkt dat wij enthousiast zijn en zij dit ook kan zijn.

Op weg naar het huis van Piep hebben Nola en ik het al over Piep de muis. Ik heb haar gezegd dat ze alles mag zeggen tegen Piep. Kinderen hebben vaak de bevestiging nodig dat ze dingen mogen vertellen over de thuissituatie (ouders). Vooral oudere kinderen, maar omdat ik niet weet wat er in het hoofdje van Nola om gaat zeg ik dit toch al tegen haar.

Bij Piep zei de muis zijn echt professionele pedagogisch medewerkers die de kinderen en ouders begeleiden. Wij zijn in ieder geval heel blij met ze en Nola ook! Ze pushen de kinderen niet; ze laten ze heel vrij in wat ze willen zeggen.

Misschien ben je bang dat je kindje beïnvloed wordt door heftige verhalen van andere kinderen. Dit was in ieder geval een vraag van mij. Wanneer een kindje iets heftigs gaat vertellen aan Piep de muis dan wordt het kindje gevraagd om dit later aan een van de begeleiders te vertellen en erover te praten. Ik vind het fijn dat Nola wel merkt dat er bij meerdere gezinnen spanningen voor komen. Als Nola iets van een scheiding van ouders van een ander kindje mee krijgt dan ben ik alleen maar blij dat dit daar gebeurt, omdat er dan meteen pedagogisch op in wordt gespeeld. Als ze dit een keertje van een kindje op het schoolplein hoort dan gaat zij er zelf iets van maken in haar hoofd en wordt ze misschien wel bang.

Er wordt bij deze preventieprogramma’s geen dossier opgebouwd en wat de kinderen en ouders vertellen blijft binnen de vier muren. De kinderen bij Piep zei de muis hebben 14 bijeenkomsten en de ouders hebben aan het begin van het programma 4 ouderbijeenkomsten. Dit vind ik persoonlijk erg fijn. Ook kan je als ouder een één op één gesprek aanvragen. Die is voor iedereen wel een keer fijn, omdat je niet al je vragen in een groep kan stellen en uitgebreid beantwoord kan krijgen.

Hier een filmpje voor de ouders:

En dit filmpje is voor de kinderen. Ik heb deze, vooraf het programma, laten zien aan Nola:

Wat nou als je kind(eren) ouder is?

Ook voor oudere kinderen bestaan er vanuit Arkin preventieprogramma’s. Voor kinderen tussen de 8 en 12 jaar is er de doe- en praatgroep. Deze schijnt helemaal een hit te zijn. Mensen zijn erg enthousiast. Zelf heb ik er geen ervaring mee, maar je kan het altijd proberen. Als het kind het niks aan vindt dan kan je altijd stoppen.

Voor de kinderen van 12 tot en met 16 jaar is er ook het programma Time 4 u. Hier kunnen kinderen bijvoorbeeld ook appen met de begeleiders. Het precieze weet ik hier niet van, maar ook hier is men enthousiast over. Je kan het altijd proberen want ook bij dit programma kan je kind stoppen wanneer hij of zij wil.

De programma’s zijn overigens in zijn geheel gratis. Ik vind het heel mooi dat dit bestaat.

Ik hoop dat je wat gehad hebt aan dit blog. Wanneer je meer informatie wil dan kan je op de website kijken en eventueel contact opnemen.

 

Leave a Response